‘We onderzoeken de ruimte tussen de digitale en fysieke wereld in.’

Tussen De Nijverheid en NAR – Café der Kunsten vind je de Havenloods: een verzamelgebouw voor creatieve ondernemers en kunstenaars. Het achterterrein is als een rauwe hortus conclusus. Hier komen creatievelingen ongestoord samen, wordt er geëxperimenteerd.

Vandaag, op 3 september, hebben RAUMSETUP, IMPAKT en Creative Coding Utrecht verschillende makers en cultuurliefhebbers hier uitgenodigd om met elkaar in gesprek te gaan. Minem Sezgin, host van vandaag, verdeelt de sprekers over tuintafels door aan een bingomolen te draaien. De presenterende makers nemen plaats aan de tafel waarop hun nummer is geland. Bezoekers kiezen waar ze aanschuiven. Met hun gezicht in de zon verplaatsen ze zich van tafel naar tafel, ze wisselen zonnebrand met elkaar uit om niet te verbranden. De dag leent zich goed voor een afsluitende barbeque: NAR grilt spitskool, snijdt watermeloen en tapt bier. Tijd voor de Machinerie om op jacht te gaan naar verhalen.

Foto’s: Annika Hagen

‘Coderen is voor mij een modern ambacht.’
Wilbert Vogel

Wilbert Vogel (@djensbeer21 op Instagram) is net twee maanden afgestudeerd aan de AKV St. Joost in Den Bosch: ‘Ik kom zelf uit Best, dat ligt bij Eindhoven. Momenteel woon ik bij mijn ouders, daar heb ik heel erg de vrijheid om me als kunstenaar te ontwikkelen. Ik krijg daar heel veel ruimte voor en hoef er weinig voor te betalen’. Wilbert voelt zich ook thuis bij Creative Coding Utrecht, een organisatie die creative coding stimuleert en positioneert als artistieke en vernieuwende praktijk. CCU nodigt hem uit om nieuwe dingen te proberen, zoals live coding: ‘Coderen is voor mij een modern ambacht. In de kunstwereld wordt er veel naar ambacht gekeken. Zo zie ik het schrijven van code ook.’ Bij CCU vindt hij een fijn netwerk met Utrecht als huis, dat de potentie heeft zich door het hele land te verspreiden. ‘Het lijkt me ook tof als creative coding verder groeit in Eindhoven.’

‘Je wilt beide: je wilt autonoom met digitale cultuur bezig zijn.’
Arjon Dunnewind

Arjon Dunnewind werkt al 33 jaar voor IMPAKT, Centre for Media Culture, als algemeen en zakelijk directeur. Het idee voor een plek voor mediacultuur en innovatieve audiovisuele presentaties kreeg hij tijdens zijn studietijd aan HKU: ‘Ik zat in het tweede of derde jaar toen ik met IMPAKT begon. Als je als student geïnteresseerd bent in bewegend beeld, nieuwe media of digitale media beland je nog steeds vaak tussen wal en schip. Je wilt het niet alleen in de commerciële hoek zoeken, maar je voelt je ook niet helemaal thuis bij de schilders, die misschien nog voor een autonome benadering kiezen. Je wilt beide: je wilt autonoom met digitale cultuur bezig zijn. Dat was toen onmogelijk, en ik hoop dat het steeds makkelijker wordt, want ik heb het idee dat steeds meer mensen dit graag willen.’ Over plekken waar kunst en uitgaan samenkomen is Arjon enthousiast, maar ook kritisch: ‘Ik sta kritisch tegenover de festivalisering van cultuur. Het nadeel van omgevingen waar kunst, uitgaan, socializen en lifestyle met elkaar worden vermengd, is dat er minder ruimte overblijft om een serieuze houding aan te nemen en concentratie op te brengen voor kunst die dat nodig heeft. Door de grote aandacht voor cultuur light dreigt er geen ruimte meer over te blijven voor serieuze cultuur, zware cultuur.’ 

‘We onderzoeken de ruimte tussen de digitale en fysieke wereld in.’
KATPATAT

Lisa Mantel, Neander Giljam en Esther Bouma vormen samen het collectief KATPATAT. Veel van KATPATATs projecten hebben een sociaal-maatschappelijke onderlaag, gecombineerd met humor en nieuwsgierigheid naar nieuwe technologie: ‘We hebben een achtergrond in Games & Interaction en gebruiken daarom vaak games als medium: spelen en interactie is belangrijk voor ons. Tegelijkertijd proberen we uit die digitale wereld te stappen. Denk aan projecties in en op gebouwen, installaties waarmee je kunt interacteren. We onderzoeken de ruimte tussen de digitale en fysieke wereld in.’ Je kan niet om KATPATAT heen in het Werkspoorkwartier – volgend weekend staat het collectief met een interactief op DALL-E geïnspireerd project bij NAR, daarna projecteren ze op de klimmuren van boulderhal STERK. 

‘Ik vind humor heel belangrijk.’
Naomi Voet

Naomi Voet studeert aan de HKU, richting Image & Media Technology, en woont in Nieuw-West, Amsterdam: ‘Ik vind humor heel belangrijk. Door ongemakkelijke onderwerpen humoristisch te bespreken ontstaat er ruimte om kwetsbaar te zijn, zonder dat er gelijk een stempel op je wordt gedrukt, zonder dat je met fluwelen handschoentjes wordt aangepakt. Enerzijds heerst er nu een cultuur die zich heel bewust is van hoe we alles formuleren. Als iemand iets kwetsends zegt op internet of op tv dan wordt dat heel serieus genomen. Daar ben ik heel erg blij mee, maar anderzijds is het ook beklemmend.’ Zelf heeft Naomi een broertje met een autismespectrumstoornis: ‘Mensen zeggen vaak tegen mij: “O, wat vervelend, hoe is het voor je dat hij niet normaal …”, ze weten niet hoe ze zich moeten uitdrukken. Maar ja, het is ook gewoon niet normaal, hij is niet gemiddeld. Daar kunnen we heel moeilijk over gaan doen, maar je moet er ook een beetje grapjes over kunnen maken. Niet op een manier die neerbuigend is, maar wel om te laten zien dat het is wat het is.’

‘Kunstenaars worden ergens neergezet om alles op te leuken.’
Maartje de Goede

Maartje de Goede heeft sinds drie jaar een werkruimte in de Havenloods, die ze deelt met acht andere makers: ‘Ik denk dat ik geluk heb gehad dat ik al onderdak vond in de Havenloods vóór covid. Daardoor ontstond er al snel gemeenschapsgevoel. Ik merk dat veel makers daar behoefte aan hebben. Hier heb ik ook mijn vriendin ontmoet. Ik vind het hier mede zo fijn doordat deze plek eigenlijk een soort speeltuin is, waar je kunt werken, maar ook biertjes kunt drinken en een vuurtje kan stoken.’ Toch vreest Maartje ook voor de duurzaamheid van het gebied: ‘Dit gebied is echt ontworpen voor de jonge kunstenaar. Tegelijkertijd is de aanwezigheid van kunstenaars altijd de voorbode van gentrificatie. Kunstenaars worden ergens neergezet om alles op te leuken. Door hier te zijn, maak je onderdeel uit van dat proces. Ik heb hier een contract van volgens mij tien jaar, in principe gaat de Havenloods daarna tegen de vlakte. Dat is best een gek gevoel, want dit gebied voelt als een permanente aanwinst voor Utrecht. Ook over de Havenloods in relatie tot duurzaamheid en circulariteit valt iets te zeggen. Omdat het gaat om tijdelijk bouw, hoefde het ontwerp van de Havenloods niet te voldoen aan strenge eisen voor nieuwbouw. Er zijn veel oude bouwmaterialen hergebruikt om dit pand op te trekken, waar ik helemaal achter sta, maar tegelijkertijd lekt er daardoor veel warmte weg waardoor we hard moeten stoken. Dit soort dubbelzinnigheden zitten overal in dit gebied verstopt. Ik denk dat het belangrijk is dat wij als makers continu blijven bevragen wiens belangen er eigenlijk behartigd worden en of het doel de middelen heiligt.’